NUOVO Scholen herkent dalende leesvaardigheid: geen snelle oplossing, wel een langjarige aanpak
De PISA-resultaten van 2025 laten opnieuw een daling zien in de leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen. Bijna vier op de tien leerlingen haalt het basisniveau niet en is daarmee onvoldoende geletterd. NUOVO Scholen herkent dit beeld in de eigen toetsgegevens en zet in op een langjarige aanpak. Van een betere aansluiting met het basisonderwijs tot het inzetten van taalcoördinatoren en taalexperts en een structurele samenwerking met bibliotheken.
Muriëlle van der Voort, voorzitter College van Bestuur van NUOVO Scholen: “We herkennen dit beeld, maar vinden het belangrijk om ook te laten zien waar we dagelijks aan werken. De trend die de PISA-cijfers laten zien, keren we niet in één schooljaar. Wat we wel kunnen, is zorgen dat elke leerling docenten treft die weten wat werkt, en een school die weet waar ze staat. Daar ligt onze inzet, dit schooljaar en de jaren erna.”
Achterstand begint al vóór de brugklas
Bij NUOVO Scholen zit een deel van de leerlingen al bij de start van de
brugklas onder het basale taalniveau 1F*: 10 procent op vmbo-tl, 35 procent op
vmbo-kb en 62 procent op vmbo-bb. Deze achterstanden hebben
uiteenlopende oorzaken die vaak al voor de brugklas een rol spelen,
bijvoorbeeld de taal die thuis wordt gesproken of de toegang tot boeken en andere
leermiddelen. Om leerlingen een betere start te geven, onderzoekt NUOVO
samen met KSU (Katholieke Scholenstichting Utrecht voor basisonderwijs) in het
project ‘Een doorgaande lijn po–vo voor Utrechtse leerlingen’ hoe taal- en
rekenonderwijs in de laatste jaren van de basisschool en de eerste jaren van de
middelbare school beter op elkaar kan aansluiten.
Taalcoördinatoren en taalexperts uit eigen scholen
Binnen de eigen scholen zet NUOVO in op structurele kennisdeling. Op elke
school is een taalcoördinator aangesteld; zij komen vier keer per jaar samen in
een bovenschools netwerk om uit te wisselen wat werkt en waar scholen
tegenaan lopen. Dit schooljaar zet NUOVO daar een stap bovenop: een
groep docenten gaat als taalexpert collega’s
ondersteunen met twee prioriteiten. De eerste is taalgericht
vakonderwijs: de erkenning dat een leerling ook bij andere vakken dan
Nederlands kan struikelen over taal. En daarnaast meertaligheid, waarbij
de talen die leerlingen van huis uit meebrengen worden gezien als vertrekpunt
in plaats van probleem.
Samenwerking met bibliotheken
NUOVO werkt daarnaast samen met de bibliotheken in Utrecht, Zeist,
Nieuwegein en Zuidoost Utrecht. Het doel is dat dit schooljaar alle
brugklassers, met toestemming van hun ouders, automatisch lid
worden. Daarbij wordt het lidmaatschap gekoppeld aan wat er in
de school zelf gebeurt: schoolmediatheken, vaste leesmomenten en docenten die
met leerlingen praten over wat ze lezen.
Geen uniforme aanpak
NUOVO-scholen verschillen in leerlingpopulatie, schoolcultuur en de fase
waarin hun taalbeleid zich bevindt. Scholen kiezen daarom zelf wat
past bij hun situatie, zonder dat ze opnieuw hoeven uit te vinden wat elders al
werkt. Met methode-onafhankelijke toetsen volgt NUOVO op bestuursniveau en per
school of de leesvaardigheid zich ontwikkelt, zodat het gesprek over taal op
cijfers rust en niet op indrukken.
* Dit is het fundamentele basisniveau van de Nederlandse
taal dat kinderen aan het einde van de basisschool (groep 8) of in het
praktijkonderwijs horen te beheersen volgens het Referentiekader taal van de
Rijksoverheid.